Terug | Algemeen |  
     
  Historie  
     
  De naam "De Beijer" voor ons dorpshuis

Onderstaande tekst is een bewerking van het verhaal zoals ik dat heb gehouden op de laatste avond voor de vrijwilligers van het afgelopen seizoen. Meer dan 600 jaren geleden vochten de Schieringers en Vetkopers al tegen elkaar in Friesland. De strijd ging vaak op en neer. De Vetkopers waren aan het einde van de 14e eeuw weer eens aan de verliezende hand. Zij vroegen en kregen hulp van hertog Albert van Beijeren. In het voorjaar van 1398 maakte deze voorbereidingen tot het voeren van een oorlog tegen de Friezen. Met veel vertoon van macht lukte het hem Friesland in korte tijd te verslaan. Op 10 augustus 1398 kwamen verschillende personen de hertog hulde doen Staveren. Onder hen was een drietal namens Oostergo, waaronder een Hessel up ter Gheest. Dit moet een Tjaerda zijn geweest, zoals verderop zal blijken.

In die tijd was het ook al gebruikelijk na een oorlog dat de overwinnaar de verslagenen zijn voorwaarden voor een duurzame vrede oplegde. In dit geval diende men (en dit blijkt uit een zoenbrief van 11 augustus 1398) op verschillende plaatsen een kerk (maar die was er vaak al) en een gasthuis te bouwen. De naam van de overwinnaar (Albert van Beijeren) ligt dan ook ten grondslag aan de naam (van een deel) van het oude gasthuis en dus ons tegenwoordige dorpshuis. Albert van Beijeren bepaalde dat zošn gasthuis dertien bedden moest hebben en 1 of 2 vrouwen die de dagelijkse gang van zaken moesten regelen. Oorspronkelijk was het bedoeld voor opvang van pelgrims en reizigers. Arme mensen mochten daar, voor zover kan worden nagegaan, drie dagen gratis verblijven.

Een gasthuis bestond destijds uit meerdere onderdelen, te weten een herberg (eetzaal), een ziekenzaal en een passantenhuis (slaapzaal). Het woord "beyer" en de varianten daarop "beyaert, beyert en beygert" konden op alle drie onderdelen betrekking hebben. In een later stadium konden oudere personen (met een goed gevulde beurs) een vaste plaats voor de rest van hun leven daar "krijgen" (de zg. proveniers). Wellicht dat voor hen een aparte ruimte of aparte ruimtes werden geschapen.

In het testament (uit 1540) van de bekendste Sijds Tjaerda komen we de eerste vermelding tegen dat dit gasthuis ook daadwerkelijk is gebouwd in Rinsumageest. Hij schrijft daarin dat zijn voorvaderen het land ter beschikking hebben gesteld en het gasthuis hebben gesticht. Tevens dat hij zelf een nieuw pand heeft laten zetten. Dit zal waarschijnlijk hebben plaatsgevonden na mei 1516. Toen is namelijk het gehele dorp (bestaande uit grotendeels houten huizen met rieten daken) in brand gestoken door Bourgondiers. Verder geeft hij uitdrukkelijk aan dat hij baas is en wil blijven over het gasthuis en dat in de toekomst de eigenaar van Tjaerdastate hierover ook altijd de zeggenschap moet blijven behouden.

Op dezelfde plaats is in 1634 wederom een nieuw gasthuis gebouwd. We weten dit alleen door een gevelsteen welke thans nog links in de muur van het huidige pand aanwezig is. Het pand komt in 1749 nogmaals in het nieuws. De Leeuwarder Courant van 6 maart 1749 geeft het bericht dat het particuliere gasthuis van wijlen ritmeester Burmania (tot zijn overlijden eigenaar en bewoner van Tjaerdastate) niet vrijgesteld is van schoorsteengeld (een vorm van belasting in die tijd).
De verkoop op afbraak van Tjaerdastate in 1834 was tevens de reden dat het gasthuis werd verkocht. Of de functie van gasthuis destijds nog steeds bestond of eerder of later is verdwenen is niet bekend.
Wel staat vast dat in 1857 naast bewoning er sprake is van gedeeltelijke verhuur aan de kerk voor catechisatie. Er bestaat nog een schetstekening waarop ook een deel van de ringmuur is te zien. Deze is waarschijnlijk gemaakt naar de situatie van na 1858, toen het pand nogmaals vanaf de grond opnieuw is opgebouwd. Aan deze herbouw herinnert nog de gevelsteen rechts in de muur van het huidige pand. In een verkoop advertentie in de LC van 29 september 1865 wordt het betreffende pand te koop aangeboden en wordt specifiek de naam "De Oude Beijer" genoemd. Naast bewoning en gedeeltelijk gebruik voor catechisatie werd het pand gedurende de periode februari 1881-augustus 1882 als school gebruikt door de hulpvereniging voor Chr. Nat. Onderwijs te Rinsumageest. In 1883 is het pand aangekocht door de Ned. Herv. kerk.

Tot slot: er is vandaag de dag nog steeds een binding tussen "De Oude Beijer" en ons huidige dorpshuis "de Beijer". Elke vrijwilliger die wel eens de sleutel moet halen of brengen komt nl. aan de deur bij "De Oude Beijer", het huis waar thans de familie De Vries woont; ofwel, Tjaerdawei 24. Een deel van de naastliggende percelen behoorde destijds ook tot het terrein van het gasthuis.

Namens CHC, Johan van Breeden
 
     
| MFC De Beijer | Rinsumageast | 0511 421998 | www.mfc-debeijer.nl |